Bezoek 6 ASO/TSO aan Fort van Breendonk en museum voor natuurwetenschappen.

  • 6 februari 2019

Op donderdag 31/01/2019 trokken de leerlingen uit 6ASO en 6TSO s‘ochtens vroeg met de bus naar het fort van Breendonk in Antwerpen. Ondanks de kou beleefden we er een toffe voormiddag en trokken we met veel enthousiasme verder naar het museum van Natuurwetenschappen in Brussel gelegen nabij het station van Luxemburg.
Toen we aankwamen kregen een deel van de leerlingen onder andere 6TSO, 6ECMT, 6HUM/HUSP en 6LAMT een werkbundel en mochten daar in het museum mee aan de slag. De leerlingen uit 6WESP/MTWESP en LAWI kregen een workshop waarbij we zelf archeoloogje mochten spelen, meer uitleg kregen over de hersenen en zelfs vuur mochten proberen maken met vuursteen!
Dit natuurlijk zonder het gebouw in brand te steken.

Na de workshop kregen we nog een korte rondleiding in de hal beneden waar we skeletten van onze voorouders konden aanschouwen. Vanaf het begin van de evolutie van de mensachtigen bij de restanten van de Australopithecus “Lucy” tot bij de Homo sapiens. Door het aanstekelijke enthousiasme van de gids kwam de informatie vlot binnen en bleef de rondleiding interessant tot op de laatste minuut. Nadat we afscheid namen van de gids mochten we zelf nog even op verkenning doorheen het museum, vooraleer we weer met de bus naar Waregem trokken.
Na een koude maar fijne dag kwamen we uiteindelijk veilig en wel terug aan in de Westerlaan.

 

Verslag door Adriana Mastrogiovanni uit 6AMTWESP

 

 

Een verslag van Caro Gunst (6STW):

 

Onze strijd begon al in de bus, waar twee verschillende muzieksoorten probeerden om boven elkaar uit te stijgen. Je kon het zien als een soort voorbereiding voor wat we gingen bezoeken. Maar helaas, was de strijd rond muziek niet sterk genoeg om ons groot te maken tijdens ons bezoek aan Breendonk. De eerst stap binnen het doorstromingskamp ontnam ons alle adem en er werd een last op onze schouders gelegd. De pijn en de leed konden we ter plekke voelen. Wat eruit zag als zo'n mooi gebouw vanbuiten, was zwart en gruwelijk vanbinnen. We liepen door dezelfde gangen waar mensen werden geslagen, vernederd en gemarteld. In het begin van het gebouw was de urnezaal. Een zaal met assen van overledenen in de verschillende vernietigingskampen. De muren stonden vol met namen. Teveel om te lezen, maar te weinig om alle overledenen op deze drie muren te plaatsen. We bezochten de kamers, waar een paar planken dienst deden als bed en een zak stro als matras. Kleine ruimtes die bezet werden door zowel Joden als verzetslieden als postbodes als onschuldige mensen. We liepen door de gangen door naar een zaal met een paar overlijdensaktes. Telkens dezelfde schrijnende woorden 'overleden door hartziekten' maar van de gruwel die echt hun dood betekende werd niets van gezegd. Op het einde van onze rondleiding zagen we de martelkamer, de executiepalen en het schavot. De martelkamer die vroeger verwarmd werd met een kachel bleek nu leeg, koud en vol met pijn te zitten. De palen waar mensen tegen werden gezet, te wachten op het laatste schot. Het schavot waar mensen met hun hoofd aan een strop werden gehangen om dan de grond onder hun voeten te voelen wegzakken. Met zijn allen waren we warm ingeduffeld, lachten soms alleen maar om met de pijn te kunnen omgaan. Al stond het verdriet me nader dan het lachen op dat moment. We keken nog een laatste keer achterom en met een zucht stapten we uit de hel van Breendonk. Op weg terug naar onze eigen wereld. Want deze gruwel is te ondenkbaar en te moeilijk om te begrijpen. Hoe is een mens ooit tot dit in staat geweest?

 

Een verslag van Gilles Verhelst (6MTWE):

 

Op donderdag 31 januari vertrokken we ’s ochtends met de bus richting Willebroek, waar zich het Fort van Breendonk bevindt. We gingen er heen met de klassen van 6ASO en TSO en eens aangekomen verdeelden we ons in twee groepen met elk een eigen gids. Het ijzige weer zorgde voor een sombere sfeer, die, om het zo te zeggen, ‘perfect’ was om je te kunnen voorstellen wat voor gruwelijkheden zich in het fort afgespeeld hebben. Tijdens het eerste deel van de uitleg van onze gids leerden we dat het Fort oorspronkelijk geconstrueerd was voor het beschermen van de haven van Antwerpen, dat zich op 19 km van het fort bevind en slechts één van de vele forten uit een grote fortengordel was. Wanneer de nazi’s in 1940 ons land veroverden kreeg het fort een compleet andere functie, want het werden namelijk vanaf dan een gevangenenkamp voor verzetslieden, joden en andere krijgsgevangenen. Nadat onze gids dit verteld had, nam ze ons mee naar de urnenkamer. In deze ruimte stonden op de muren een hele hoop namen van mensen die ooit opgesloten geweest zijn in het kamp, evenals een aantal urnen die gevuld waren met zand of aarde uit andere vernietigingskampen zoals Auschwitz en Dachau. Hierna nam de gids ons mee naar de ‘refter’, waar nazi-officieren zich na hun shift konden uitleven en plezier maken, terwijl hun vreugde door alle hulpeloze gevangenen te horen was. Na de refter begeleidde onze gids ons naar de keuken van het fort, om ons zo mee te nemen naar het gebouw waar de nieuwe gevangenen hun identiteit moesten inruilen voor een nummer op de onderarm. Hierbij vertelde ze ons verhalen over de misdaden en afschuwelijke zaken die gevangen hier meemaakten en de manier waar op ze alles vertelde bezorgde mij en waarschijnlijk nog een hoop anderen van de groep koude rillingen. Daarna gingen we verder terwijl onze gids af en toe ergens stopte om ons een verhaal te vertellen over de onmenselijke manier waarop de gevangen behandeld werden. Dan kwamen we bij de delen die voor mij persoonlijk het zwaarst waren om aan te horen, namelijk de kamers van de gevangenen, de isoleercellen en de ondervragingskamer. De verhalen die de gids ons vertelde op deze plekken gaven mij een akelig en slecht gevoel. De gevangen werden werkelijk slechter behandeld dan dieren en de levensomstandigheden waren erbarmelijk. In de isoleercellen kregen we even de kans om in een paar van die cellen te kijken, maar achteraf gezien had ik dit misschien toch niet willen doen, want op de muren waren allerlei dingen gekrast, wat aantoonde dat de mensen die daar ooit hadden vastgezeten radeloos waren. Hier was ik toch even niet goed van. Na deze kamer, nam onze gids ons nog mee op een wandeling rond het fort, om daarna weer de bus op te stappen en te vertrekken, maar hierdoor verliet ik het fort nog niet meteen, want de hele busrit zat ik nog met het talloze slachtoffers en gebeurtenissen in mijn gedachten en kreeg ik deze maar niet uit mijn hoofd.